De 3-2-1-regel

Een goed uitgangspunt bij back-ups is de 3-2-1-regel. Hierbij sla je de data op drie locaties op (productie, primaire back-up, secundaire back-up), maak je twee back-ups (extern en intern) en sla je één back-up extern op in de cloud.

Back-up of disaster recovery

We spreken over een back-up wanneer er een reservekopie van IT-onderdelen gemaakt wordt, zoals een applicatie of database, voor het geval de originele versie verloren gaat of beschadigd is. Dat kan onbedoeld doordat iets per ongeluk wordt gewist, door besmetting met een computervirus of door een andere oorzaak.
Recovery (of restore) is een herstelactie waarbij een back-up wordt teruggezet na een incident. Je kunt ervoor kiezen om een volledige back-up of een deel van de back-up te herstellen, bijvoorbeeld een los bestand. Nadat de data is hersteld, kan het werkproces worden hervat.
Disaster recovery repliceert (onderdelen) van IT-systemen naar een uitwijkomgeving. Bij calamiteiten heb je de keuze om met de gehele omgeving uit te wijken of alleen met een paar servers en applicaties. Dat gaat sneller dan bij een back-up-oplossing, omdat de gerepliceerde omgeving direct opgestart kan worden, zonder dat er eerst een back-up teruggezet hoeft te worden.